Ze had gehuild. Zacht, haast onhoorbaar. Ze nam een papieren zakdoekje uit het doosje en verstopte er haast heel haar gezicht in.

“Gaat het ?” vroeg hij en keek bezorgd. Zij richtte zich op en ademde diep in en uit zoals ze hier geleerd had. Ze knikte geruisloos en excuseerde zich.

“Dat is geen probleem, dat weet je toch ?” Ook nu keek ze beduusd alsof ze zich voor iets hoefde te schamen. Maar het verdriet dat ze al heel die tijd had meegesleept en verstopt, kwam nu bovendrijven.

“Dank u” zei ze plots. “Waarom ? ” vroeg hij. “Gewoon…” antwoorde zij. Hier was al lang niets meer gewoon.