“Ik kan het niet”. Het bleef maar ronddraaien in haar hoofd. Haar leven bleef maar tussen haar handen wegglippen als een gladde aal. Ze leek er maar geen grip op te krijgen. “Hoe komt dat toch?”

Ze leek er voor iedereen te zijn in haar leven. Voor iedereen, behalve voor zichzelf. Ze cijferde zichzelf weg in de hoop zo liefde te kunnen ontvangen. “Waarom toch ? Wat was er zo erg aan iets voor zichzelf te willen ?”

Waarom toch ?