Bart Schols en Soudos

Wat de voorbije dagen loskwam naar aanleiding van De Afspraak en de controverse tussen Bart Schols en Soudos, raakt aan iets dat veel dieper zit dan een mediadebat. Het gaat niet over één uitspraak, één misverstand of één botsing van perspectieven. Het gaat over een fundamenteel verschil in beleefde werkelijkheid.
En dat verschil zie ik al meer dan vijftien jaar, elke week opnieuw, in mijn praktijkruimte.
Wie nooit systematisch luistert naar vrouwen die spreken over grensoverschrijdend gedrag, misbruik of verkrachting, kan zich nauwelijks voorstellen op welke schaal dit gebeurt. Niet omdat men onwil heeft. Maar omdat het simpelweg buiten de eigen ervaringswereld ligt.
Voor veel mannen is seksueel geweld een uitzondering. Een schokkend incident. Iets dat in het nieuws komt.
Voor veel vrouwen is het geen uitzondering. Het is een terugkerende mogelijkheid. Een dreiging waarmee rekening wordt gehouden. Iets dat gedrag, routes, kleding, timing en vertrouwen onzichtbaar mee stuurt.
Dat verschil in basisgevoel — veiligheid versus paraatheid — is moeilijk uit te leggen aan wie het nooit hoefde te voelen.
Wat mij, na een 15 jaar therapeutisch werk rond trauma en seksueel grensoverschrijdend gedrag, nog altijd stil maakt, is dit:
het zijn zelden onbekenden.
Het zijn mannen die gekend zijn. Vertrouwd. Familie. Partners. Collega’s. Vrienden van vrienden.
En nog confronterender: het gaat zelden om één geïsoleerd verhaal.
Wanneer je jarenlang in alle discretie luistert, ontstaat een patroon dat je niet meer kan wegredeneren als toeval.
Dan zie je geen losse incidenten meer.
Dan zie je een structuur.
Een cultuur.
Een normalisering die zo diep zit dat ze vaak pas zichtbaar wordt wanneer iemand eindelijk durft spreken.
Veel vrouwen minimaliseren hun eigen ervaring.
“Het was misschien niet zo erg.”
“Ik had duidelijker moeten zijn.”
“Ik wil er geen probleem van maken.”
Dat zijn geen toevallige zinnen. Dat zijn sporen van een omgeving die geleerd heeft om te relativeren wat eigenlijk onaanvaardbaar is.
Daarom voelen sommige publieke discussies zo pijnlijk aan.
Niet omdat er vragen gesteld worden — vragen zijn nodig.
Maar omdat de onderliggende realiteit zo vaak onderschat wordt.
Alsof het nog steeds gaat over meningen, interpretaties of gevoeligheden, terwijl het in wezen gaat over veiligheid, macht en integriteit.
Noem het geen reeks incidenten.
Noem het ook niet louter een maatschappelijk probleem op afstand.
Wat ik zie, elke week opnieuw, heeft de proporties van een stille epidemie.
Eén die zelden luid wordt benoemd.
Eén die vaak wordt geminimaliseerd omdat de omvang moeilijk te verdragen is.
En precies daar ligt misschien de belangrijkste opdracht.
Niet sneller oordelen.
Niet harder roepen.
Maar langer luisteren dan comfortabel voelt.
Want pas wanneer we bereid zijn de schaal werkelijk onder ogen te zien, kan er iets verschuiven.
Niet in theorie. Maar in de dagelijkse veiligheid van echte mensen.
